Zicht op het Vrijthof in Maastricht. De stad, gezegend met een overdosis historie, moet op zoek naar nieuwe succesfactoren.

MAASTRICHT, 7 FEBRUARI 2010. In de week waarin architect Jo Coenen in Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad zijn teleurstelling uit over de ontwikkeling van stadsdeel Céramique, dat na twintig jaar zijn voltooiing nadert en ‘maar niet tot leven wil komen’, wordt een zondags PvdA-debat georganiseerd over de toekomst van Maastricht. O ironie, dat gebeurt in het trendy café Ipanema bij het Bonnenfantenmuseum. Juist ja, in de wijk Céramique.

In een andere krant, NRC Handelsblad, is eerder deze week, al melding gemaakt van het grootste tijdelijke museum van Europa. Vanaf september is in het markante witte Eiffelgebouw, een voormalige fabriek van de Sphinx, het kunstproject Out of storage te zien. De totale oppervlakte bedraagt 19.000 vierkante meter. Het Maastrichtse centrum voor contemporaine cultuur Marres werkt daarbij samen met het Franse museum FRAC Nord Pas de Calais, dat zijn collectie beschikbaar stelt, en met Tate Modern in Londen. De provincie geeft 150.000 euro subsidie en hoopt dat het project de kandidatuur van Maastricht kandidaat Culturele Hoofdstad 2018 versterkt.

Kortom, alle reden voor een goed gesprek over de toekomst van Maastricht en de regio. Het zoveelste. In 2007 verschijnt mijn boek ‘Maastricht waarheen? Momentopname van een metamorfose’. In de periode augustus 2006 tot en met oktober 2007 heb ik beschreven hoe een provinciestad met een grootstedelijke uitstraling worstelt met de vraag hoe zij aantrekkelijk blijft voor bezoeker en inwoner. De toevallige aanwezigheid van een historische binnenstad heeft Maastricht lui gemaakt. Succes was altijd vanzelfsprekend.

Die tijd is voorbij. De concurrentiestrijd uit binnen- en buitenland is hevig. De mens die tegenwoordig steeds mobieler wordt, gaat met evenveel gemak naar Istanbul, Riga of Liverpool. Wat je dan als stad nodig hebt, is een onderscheidend profiel. Daar wordt al jaren over gepraat in Maastricht. Ik hoor, ruim twee jaar na het schrijven van ‘Maastricht waarheen’ nog steeds dezelfde onderwerpen voorbij komen. Het antwoord op alle vragen hangt nog steeds in de lucht.

Maastricht: 118.000 inwoners

PvdA-kopstuk Frans Timmermans, staatssecretaris van Europese Zaken en kind van deze regio, vindt dat er daadkracht nodig is. “De plannen liggen er, maar de vertaalslag is onvoldoende. Er gaapt een gat tussen de visie op korte en lange termijn.” Bij Shell heeft Joop de Vries zich jarenlang beziggehouden met toekomstscenario’s voor de oliemaatschappij en na zijn vertrek deed hij dat ook voor Maastricht: “Wat er straks gebeurt, zien we dan wel weer. De bestuurders die het nu voor het zeggen hebben, moeten hun kaarten op tafel leggen. Zij moeten bepalende keuzes maken.”

Wat de discussie – en dus het richting kiezen – moeilijk maakt is het spanningsveld tussen ambitie en dromen en de haalbaarheid ervan. Dat in combinatie met die veel geroemde Bourgondische mentaliteit van de Maastrichtenaar, die een ietwat naar binnen gekeerde blik met zich meebrengt. Men noemt dat ook wel chauvinistisch, wat makkelijk als arrogant opgevat kan worden.

Zie het afgeblazen van de universiteitscampus, naar een ontwerp van de Spaanse architect Santiago Calatrava, eind vorig jaar. Het miljoenenproject groeit de stad simpelweg boven het hoofd. Landelijk staat Maastricht weer even bekend als de stad waar dorpspolitiek hoogtij viert. Initiatiefnemer woningcorporatie Servatius spreekt van een ‘Armani-pak, mooi maar duur’. De reactie van GroenLinks op hun website is veelzeggend: richt je meer op C&A-pakken, goed en betaalbaar.

Dat is het wankele evenwicht in Maastricht. De stad is terecht trots op Céramique, qua architectuur een voorbeeldwijk in Nederland maar anno 2010 ook voornamelijk thuishaven van pensionado’s. En dus uit de architect die aan de basis heeft gestaan van de plannen, Jo Coenen, zijn zorgen over de levendigheid en leefbaarheid. De lat ligt vaak hoog, maar misschien zijn de vooraf geformuleerde doelen niet altijd even realistisch.

Je ziet het niet alleen bij het thema ‘Maastricht versus (prestige)projecten’, er zijn nog veel meer onderwerpen die de stad in een ijzeren greep lijken te houden. Het gaat dan bijvoorbeeld over de verwachte bevolkingskrimp, de rol van de universiteit in de stad, de bereikbaarheid van het centrum of de ‘braindrain’ als gevolg van de uittocht van studenten die niet weten hoe snel ze Limburg na hun studie moeten verlaten.

Vooralsnog wordt ook de discussie over cultuurhoofdstad maar niet concreet. Waar blijft het overleg, zo vragen ook de kunstinstellingen in de stad zich verwonderd af. De samenhang is ver te zoeken, de communicatie ook. Gebruikmaken van sociale netwerken is een slimme zet. Sinds 24 november is dan ook het Twitteraccount Via2018 actief, maar daar is de activiteit vrijwel nihil. Is er dan helemaal niets te melden? Het initiatief van Marres om in het Eiffelgebouw een tijdelijk museum te maken, moet breed worden toegejuicht. Maar wie vertelt nu eens hoe dit past in de overkoepelende plannen voor de Maastrichtse kandidatuur?

En wat te denken van ‘Maastricht versus de regio’? Het is bijna aandoenlijk hoe directeur regiobranding Wim Ortjens, de ex-woordvoerder van de in januari opgestapte burgemeester Gerd Leers, voor de zoveelste keer een pleidooi houdt voor meer samenwerking in Zuid-Limburg: je eigen identiteit behouden en versterken, maar wel het vermogen hebben om over de schutting te kijken.

Ortjens hoort de term ‘aandoenlijk’ natuurlijk liever niet. Dat past niet bij de manier waarop hij zijn missie tot een goed einde probeert te brengen. Altijd maar weer benadrukt hij de sterke punten van Heerlen/Parkstad en Sittard-Geleen en de voordelen voor Maastricht als die stad erin slaagt om het eigen belang een klein beetje opzij te zetten. Dan zie je mening Maastrichtenaar alweer ongemakkelijk over zijn stoel schuiven. Die reactie kan ik inmiddels uittekenen. Het verbaast me helemaal niks, maar een beetje triest is het wel.

Kijk ook eens op http://metamorfosemaastricht.blogspot.com Het boek ‘Maastricht waarheen? Momentopname van een metamorfose’ verscheen in november 2007 bij www.uitgeverijtic.nl

Advertenties

2 reacties

  1. Maastricht worstelt met problemen, ook al zijn het (deels) luxeproblemen. In mijn optiek is Maastricht de mooiste stad van Nederland. Gezien de te verwachten demografische ontwikkelingen zou de stad versterkt moeten inzetten op behoud van jong talent en tegelijkertijd de ‘naar-binnen-kijkerij’ moeten bevechten. Maastricht is een parel op zich, een uitzondering in Limburg. Daar moet iets van te maken zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s