Het heilige gras van Wimbledon

20130625-174300.jpg

LONDEN, 28 JUNI 2002. Op baan vier ligt een man. Al een minuut of drie. Doodstil. De felle zon brandt op zijn kale hoofd. Het is kwart over acht in de morgen. Plotseling staat hij op, verplaatst zijn matje een stuk naar rechts en ploft op zijn buik weer neer achter de baseline. Hij kijkt naar het gras, plukt er af en toe liefdevol aan. Zijn taak? “Ik tel het aantal grassprieten.”

Hij heet Andy, zonder achternaam. Medewerkers mogen namelijk niet praten met journalisten. Orders van de baas. Dat is Wimbledon, stijfheid hoort nu eenmaal bij de traditie. Andy is officieel een botanische onderzoeker. Het prototype verstrooide professor. Staat wankel op zijn benen, want hij wil snel door naar centre court waar hem dezelfde opdracht wacht. Elke dag weer, twee weken lang, baan na baan sprietjes tellen.

“Ach, het ziet er misschien niet spannend uit, maar ik vind het leuk werk. Ik kijk vooral naar de structuur van de sprieten. Elk jaar zijn de omstandigheden toch anders. Als het heeft geregend, meet ik hoeveel water op de sprieten blijft liggen. Om de gazons in goede conditie te houden én te verbeteren moet je dit doen. Registreren hoe het gras reageert op verschillende factoren.”

Het gras van Wimbledon is heilig. Een oud gezegde. Het is geen grap, niet overdreven, maar écht waar. Fascinerend hoe mensen bezig kunnen zijn met een simpel groen veldje. Boris Becker was en is nog steeds verliefd op dit gras. Toen hij nog speelde, vloog hij in het voorjaar wel eens naar Londen. Als collega’s zich uitsloofden op gravel of hardcourt, ging hij een middagje op de tribune van het centre court zitten. Gewoon, kijken naar het gras en genieten van de magische omgeving. “Hier ben ik in 1985 geboren”, was zijn historische oneliner. In dat jaar won hij als onbekende zeventienjarige tiener het meest prestigieuze Grand Slam.

Andrew en Ruth laten op baan achttien zien hoe het gras behandeld moet worden. Met respect. Ruth heeft een soort bezemsteel van twee meter in haar rechterhand met aan het uiteinde een koker waar de bal in kan. Ze trekt aan een touwtje, de bal valt eruit en stuitert op het gras. Andrew maakt driftig aantekeningen. Dit gaat een keer of tien door op verschillende plaatsen van de baan.

“We meten hoe hoog de bal stuit”, legt Andrew, uiteraard ook zonder achternaam, uit. “Dat is de zogenaamde bounce van de bal. Als hij ergens te laag blijft, moeten we dat stukje grond onderzoeken. Het hoort allemaal bij de wetenschappelijke benadering. Het gaat inderdaad behoorlijk ver, maar ja, het gaat hier wel om Wimbledon.”

Het is de minutieuze afsluiting van een dagelijks ochtendritueel. Twee weken in het jaar is het gras, standaard acht millimeter hoog, aan de Church Road in Londen wereldnieuws. Maar de twintig wedstrijdbanen en veertien trainingsvelden worden ook buiten die hoogtijdagen goed verzorgd. Een must, want het gevaar loert van alle kanten. In de periode voor Wimbledon zit dag en nacht een bewaker rond het centre court.

Londen: 7,5 miljoen inwoners

“Die mannen verdienen hun geld letterlijk door het gras te zien groeien”, zo zei Head Groundsman, zeg maar de chef gras, Eddie Seaward ooit. Vossen slapen in de winter wel vaker op het centre court, maar echte schade richten ze zelden aan. De grootste dreiging gaat uit van… jawel, de duiven. Hun uitwerpselen, chemische troep, zijn dodelijk voor grassprieten. Daarom wordt tijdens het toernooi Hamisch ingehuurd. Hamisch is een havik en hij moet de duiven schrik aanjagen.

Hoezo, het heilige gras? Het publiek staat deze ochtend in een kilometer lange menselijke file. Ze zijn met duizenden en proberen nog een kaartje te krijgen. Alles wat hier op het park voor half elf als de poorten openzwaaien gebeurt, krijgen ze niet mee. Vrachtwagens rijden af en aan. De bankautomaat wordt bijgevuld, de krantenkiosk krijgt kranten uit de hele wereld en de catering wordt op peil gebracht. De beveiliging is al vanaf zeven uur in opperste staat van paraatheid. Liefst 440 man personeel, honderd meer dan vorig jaar.

Na 11 september rinkelen ook in Londen alle alarmbellen. Iedereen moet bij de ingang bagage laten controleren, van handtas tot koffer. Stel je voor, een bommelding, zoals vorige maand op Roland Garros. Dat moet deze organisatie van stand toch niet gebeuren. Daarvoor is de oudste tennisondergrond ter wereld te belangrijk. Werp maar eens een blik op het dagelijkse grasdraaiboek.

Om kwart voor acht gaan de zeilen van de banen. Op centre court zijn daarvoor zestien mensen nodig. In dertig seconden is de zware klus – letterlijk, want het ding weegt een ton – geklaard. Twintig over acht: lijnen trekken met een ouderwetse verfmachine, dezelfde als de terreinknecht bij de voetbalclub gebruikt. Nou ja, verven? Het is een soort witte klei, een speciale substantie waardoor het gras kan blijven ademen.

Stapje voor stapje wordt de lijn gekalkt. Daarna, rond negen uur, worden de gazons met de hand gemaaid met een soort stofzuiger die het gras heel licht beroert. Om tien uur worden de netten opgezet en is de baan wedstrijdklaar. Het is vooral deze onvoorwaardelijke liefde voor gras die Wimbledon bestaansrecht geeft. Spottend wordt het ook wel het tuinfeest van The All England Lawn Tennis en Croquet Club genoemd. Het is deftig, chique, maar het heeft wel traditie.

“Alleen koeien spelen op gras”, zo fulmineerde John McEnroe voordat hij het toernooi drie keer won. Zelfs híj flirtte uiteindelijk met dat groene monster. En zo vergaat het alle spelers. Geen kwaad woord over het gras van Wimbledon.

Dit verhaal verscheen eerder in Dagblad De Limburger: www.limburger.nl

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s