De ‘República Boca’

La Boca in Buenos Aires: een paar gekleurde huizen, en dat is het dan wel zo'n beetje.
La Boca in Buenos Aires: een paar gekleurde huizen, en dat is het dan wel zo’n beetje.

BUENOS AIRES, 2 JANUARI 2009. La Boca. Alleen die naam al. La Boca. Het rolt van je tong. Het swingt bijna, La Boca, volkswijk in het zuidoosten van Buenos Aires. Een havenbuurt, synoniem voor rauw, hard werken en voeg er in het geval van La Boca nog maar arm en soms crimineel en gewelddadig aan toe.

In alle reisgidsen word je gewaarschuwd om in deze wijk vooral niet de gebaande paden te verlaten. Te gevaarlijk, overvallen zijn hier geen uitzondering. Als je die gebaande paden bewandelt, stelt Boca – met alle respect – maar weinig voor. Welbeschouwd is er die voetbalclub en El Caminito, een straatje van tweehonderd meter met kleurrijke houten huizen en die typerende woningen met ijzerplaten, in bonte kleuren.

Het is de kleinste ‘barrio’ van Buenos Aires. Maar wellicht toch de bekendste. Bizar eigenlijk dat Buenos Aires vaak wordt geassocieerd met La Boca. Elke dag worden busladingen vol toeristen uitgespuugd die miljoenen foto’s maken van al die leuke kleurrijke huisjes, die ooit zijn geschilderd met de verf die overbleef nadat de schepen waren gedaan.

Wat is dat toch met La Boca? Waarom krijg je dat speciale gevoel als je er een halve dag bent? Laten we beginnen met die zeker niet te onderschatten factor: voetbal. Als je vanuit San Telmo door Parque Lezama loopt en de hoofdweg Avenida Alte Brown ingaat, word je op de hoek welkom geheten door een muurschildering. En natuurlijk staat HIJ daarop, de koning van Boca, Diego Maradona. Zijn geest waart hier nog steeds rond.

Als je de straat afloopt zie je na een halve kilometer aan de rechterkant het Boca Juniors-stadion La Bombonera, in de clubkleuren blauw en geel geverfd. Het stadion stamt uit 1910. Het is oud, zo maakt de rondleiding wel duidelijk. Overal betonrot, de kleedkamers zijn uit het jaar nul, inclusief krijtbord en vele mariabeeldjes voor de gelovige spelers.

Het zal niet verbazen dat Maradona in zijn ereloge net iets grotere stoelen heeft dan de andere eregasten. Het stadion ademt een en al sfeer en dat voel je in de rest van de wijk. Als is het alleen maar omdat ertegenover de Boca-souvenirwinkels liggen die rustig een muziekbox buiten zetten waaruit de passionele stadiongeluiden klinken. Het is ook de historie die La Boca tot de meest gefotografeerde en meest beschreven buurt van Buenos Aires maakt.

In 1882 besloot een jeugdgroep dat Boca niks te maken moest hebben met de rest van het land. De ‘República Boca’ was geboren. Tot op de dag van vandaag staan de inwoners erom bekend dat ze zich weinig aantrekken van de geldende wetten en hun eigen regels naleven. Halverwege de negentiende eeuw werd La Boca het nieuwe thuis voor vele Spaanse en Italiaanse immigranten.

Buenos Aires: 12 miljoen inwoners

Of er nog meer is dan voetbal en kleurrijke huisjes? Ja, niet bijzonder veel meer, maar toch, ja. De massieve ijzeren brug Puente Transbordador is de moeite van het bekijken waard. Hij past op een of andere manier in de omgeving: ongepolijst en buiten gebruik. Erg fraai is Fundácion Proa, een moderne galerie met veel glas, een mooie bibliotheek en vanaf het terras een prachtig uitzicht op La Boca. Je verwacht zo’n keurige kunstuiting hier niet, maar dat maakt het eigenlijk ook weer heel des Boca.

Advertenties

2 reacties op ‘De ‘República Boca’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s