Place des Vosges is het oudste plein van Parijs en een oase van rust in het drukke centrum.

PARIJS, 18 SEPTEMBER 2010. Soms, als de tijd je vriend is, geeft een stad zich over. Dan is er gelegenheid je te verdiepen in de historie, achtergrond of actualiteit, ambitieuze plannen te maken en ze ook uit te voeren. Dan biedt ze graag een inkijkje in haar complexe ziel. Maar soms, als de tijd snel weg tikt, moet je genoegen nemen met de stad die jou bij de hand neemt. Je kunt enkel hopen op een mooie verrassing.  

We zijn in Parijs, een metropool die bij elke ontmoeting genadeloos aan je geweten knaagt. Als een verleidelijke minnares die boos is omdat ze weet dat je zo dichtbij woont en je verwijt dat je al veel te lang je gezicht niet hebt laten zien. Haar onbetwiste schoonheid overvalt me telkens weer. Als we na 3,5 uur de Périphérique aan de noordwestkant verlaten en het zeventiende arrondissement binnenrijden, heb ik met terugwerkende kracht spijt van al die keren dat ik een bezoek heb uitgesteld.

Die voorgaande zeven afspraakjes tellen kennelijk niet mee. En ik heb zo’n vermoeden dat de 27 uur die A. en ik dit weekend te besteden hebben, niet genoeg zijn om het vertrouwen te herstellen. De stad van de liefde wil nu eenmaal altijd graag gezien worden. Maar gelukkig blijkt ze uiteindelijk ook vergevingsgezind.

Wat doe je als een zaterdagavondconcert van U2 in Stade de France en een zondagse lunch met B. en C. de tijd die je daadwerkelijk overhoudt, tot een minimum reduceert? Dan kies je voor Le Marais, de mondaine wijk in het derde en vierde arrondissement, waar het levenstempo net ietsje lager ligt dan in de rest van Parijs. Dan moet je zorgen dat je daar in mee gaat en langs de boetiekjes, cafés, galeries en een zigeunerorkest op de stoep van Rue de Francs Bourgeois langzaam richting het oudste plein van Parijs doolt.

Het is niet mijn eerste rendez-vous met Place des Vosges. Maar zelden heeft het er zo uitnodigend en uitdagend bijgelegen. De najaarszon bespeelt de mensen als marionetten. Ze liggen, zitten, gaan staan, gebaren, gaan weer zitten of staan, lopen weg, komen terug. Of niet. Overal op het gras zie je mensen. Alleen, met z’n tweeën of in groepjes. Gezinnen, vrienden, koppels, verzin het maar.

Parijs: 11 miljoen inwoners

Dat doen wij, want wij observeren en bedenken ons eigen fantasievolle verhaal bij zoveel levendigheid. We vragen ons af wie het blik met mooie vrouwen, de ene nog eleganter dan de andere, heeft opengetrokken. De mannen dragen de laatste mode, een moeder speelt met haar kind die volgens A. in de categorie ‘in een doosje doen en meenemen’ valt. Het Arabische meisje naast ons windt de jongens om haar vinger, om de tien minuten mag een ander zijn hoofd op haar dijbeen leggen.

En dan dat decor. Place de Vosges is 140 bij 140 meter en wordt omringd door arcaden en 39 rode, gelijkuitziende huizen. Victor Hugo en kardinaal de Richelieu hebben hier gewoond. Gebouwd tussen 1605 en 1612. Tijdens de Franse Revolutie besluit het parlement dat het plein de naam gaat dragen van het eerste departement dat zijn belasting afdraagt aan de revolutionaire regering. Het departement Vosges heeft de primeur.

Zittend in het gras zoeken we naar een verklaring voor de vele langswandelende rabbijnen en de jonge, hippe Joden met keppeltjes die in groepjes hun zaterdagmiddag picknickend of discussierend doorbrengen. Wat is een mens toch hulpeloos zonder reisgids binnen handbereik. Maar wijsheid achteraf is ook waardevol: het plein ligt vlakbij Rue de Rosiers, de Joodse wijk van Parijs.

Place de Vosges op een prachtige zaterdagnamiddag in september is een ware verrassing, een cadeautje van Parijs. Voor ons. Het is in dankbaarheid aanvaard. Op één voorwaarde, zo fluisterde de verleidelijke stad zachtjes in mijn oor. Ik heb haar de belofte gedaan snel weer terug te keren.

Advertenties

11 reacties

  1. Prachtig en sfeervol geschreven, het ontroerd mij werkelijk! Ik was er héél lang niet meer geweest en had een maand geleden herkenbare gevoelens. Ik moet ook weer naar Parijs. Branko, schrijf eens een historische roman!

  2. “Soms, als de tijd je vriend is, geeft een stad zich over”. Mooi hoor! Hele artikel trouwens. Zou bijna weer naar Parijs willen, ware het niet dat ik haar charme enigszins betwist…Maar dat doet niets af aan jouw schrijven: chapeau!!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s