Charleroi, het gewonde dier van weleer, leeft

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

CHARLEROI, 3 MAART 2018. Het was een zwoele zomerdag in het magische jaar 2000. Niet voor het eerst recupereerde de stad van een vuistslag, recht in haar gezicht. Hooligans van Engeland en Duitsland vochten drie dagen eerder een ordinaire terrasoorlog uit, voorafgaand aan het beladen duel in de groepsfase van het Europees kampioenschap voetbal. De beelden van rondvliegende plastic stoelen en de politie die een waterkanon moest inzetten om de orde te herstellen, gingen de wereld over.

De angst was nog voelbaar. Wij zochten een park op. Weg van de drukte en de luidruchtige supporters. De Engelsen keerden terug, nu voor hun wedstrijd tegen Roemenië en wij hadden kaartjes voor het Stade du Pays. Op zulke momenten ben je je meer dan ooit bewust van waar je bent. Steevast hetzelfde riedeltje: Charleroi, Waalse provinciestad met een bezoedelde reputatie. De mijnbouw was weg, gevolgd door de teloorgang van de staal- en koolindustrie, schrikbarende werkloosheidcijfers en het lastig af te schudden imago van vergane glorie.

Charleroi leek een magneet voor slecht nieuws. Zo was het, en zo zou het nog heel vaak gaan. Van de arrestatie in 1996 van kindermoordenaar Marc Dutroux die zijn slachtoffers verborgen hield in zijn gruwelhuis aan de Route de Philippeville 128 in deelgemeente Marcinelle, tot de lezers van de Volkskrant die in 2008 de Waalse stad uitriepen tot ‘de lelijkste ter wereld’. Charleroi had nog het meeste weg van een gewond dier, nauwelijks in staat om op eigen kracht overeind te komen.

Vandaag, bijna achttien jaar na Engeland-Roemenië, schijnt wederom de zon. De lente roept de winter voelbaar tot de orde. Eindelijk. De patron van het Italiaanse La Gondola in La Ville Basse knikt bescheiden ‘ja’ op de vraag of de zaken beter lopen nu er flink is geïnvesteerd in een opknapbeurt van de benedenstad. Zijn gezichtsuitdrukking verraadt klein geluk. “Och meneer, u moest eens weten. Het leven is echt zoveel beter nu.” Hij wijst naar buiten. Door de ramen van zijn restaurant, waar bijna geen plek meer te krijgen is voor de lunch, zien we links winkelcentrum Rive Gauche en rechts het hagelwitte Manufacture Urbaine.

La MU ligt verspreid over drie gebouwen aan de opgeknapte kades van rivier La Sambre. Het is nog lang niet af. De concertzaal en tentoonstellingsruimte moeten nog vorm krijgen. Loop tot die tijd vooral eens de stijlvolle microbrouwerij annex bar/restaurant annex bakkerij aan de Rue de Brabant binnen. Het gebouw heeft drie verdiepingen die met elkaar in verbinding staan rond een atrium. Op de eerste etage is geen relaxfauteuil meer vrij. Hip Charleroi heeft er een ontmoetingsplek bij.

Charleroi: 200.000 inwoners

De renaissance van de stad is uitgetekend in het Fénix-project, met daarin een cruciale rol voor de oude Nationale Bank. Daar zit nu Quai 10, naar een ontwerp van architectenbureau V+, dat eerder met Cinéma Sauvenière in Luik hun visitekaartje had afgegeven voor het filmhuis van de toekomst. Het oude bankgebouw heeft zicht op de rivier. De nieuwe vleugel, met daarin vier cinemazalen, is de brug naar de achtergelegen wijk waar het winkelcentrum Rive Gauche nieuw leven heeft gebracht.

Maar de keerzijde ligt om de hoek. De Rue de la Montagne leidt de bezoeker naar de bovenstad. Naar het stadhuis, het Musée des Beaux-Arts of het nieuwe politiebureau, een 75 meter hoge ‘azuurblauwe’ toren van de Franse sterarchitect Jean Nouvel. Het nieuwe elan zal een kwestie van de lange adem zijn, want in wat ooit de belangrijkste winkelstraat was, hangen nu overal gekleurde bordjes aan de gevels. A vendre. A louer. Te koop. Te huur. Alleen winkelketens als Kruidvat en Zeeman zijn hier nog open.

We hebben onze kinderen ‘enthousiast’ gemaakt door aan te kondigen dat we naar een van de lelijkste steden ter wereld gaan. Maar de zesjarige A. snapt daar niks van. Hij vindt Charleroi eigenlijk ‘hartstikke mooi’. Hij is de dag begonnen in Bois du Cazier in Marcinelle, de door UNESCO erkende mijnsite. Een gedenkplaats voor de 262 mijnwerkers die in 1956 bij een ramp om het leven kwamen, maar vooral ook een eerbetoon aan de geschiedenis van le Pays Noir, het zwarte land.

Er groeit een generatie op die Charleroi associeert met veelal positieve ontwikkelingen. Een stad met een vliegveld van waaruit je de wereld kunt bereizen, een rijk cultureel aanbod, zoals het grootste fotomuseum van Europa waar we vandaag niet eens meer tijd voor hebben. Bovendien met een rijk arsenaal aan oude industriële complexen die een nieuwe bestemming hebben gekregen, zoals Rockerill, de Waalse variant van de Amsterdamse Westergasfabriek.

Opinieblad De Groene Amsterdammer omschreef Charleroi vier jaar geleden nog als een ‘allegorie voor de breekbaarheid van welvaart’. Maar iedereen die de moeite neemt eens af te reizen – al is het maar voor een dag – kan tussen de lelijkheid en somberheid, die natuurlijk niet een, twee, drie helemaal is weggepoetst, ook voelen dat het gewonde dier van weleer leeft als nooit tevoren.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s