Van skater tot stropdas: op naar Tilburgse LocHal

Scroll down to content
img_1748[1]
De Tilburgse LocHal in de Spoorzone: ultramoderne bibliotheek in een voormalige NS-werkplaats. Ontwerp: architectenbureau Mecanoo.

TILBURG, 8 JANUARI 2019. De vrouw van middelbare leeftijd, rode jas, sjaal, kijkt al een paar minuten naar boven. Draait haar hoofd, lichtjes. Ze blijft op dezelfde plek staan. Haar ogen gaan van links naar rechts. Ze heeft het niet door, maar haar mond valt af en toe open. Als haar blik die van een suppoost kruist, zegt hij: “Prachtig hè, mevrouw. Is het niet mooi geworden?” Ze zegt niks, maar knikt een overtuigend ‘ja’.

Ik ken haar niet, maar wat ze voelt, snap ik. Volledig. En velen met mij. In de iconische LocHal uit 1932 sleutelden generaties Tilburgers aan locomotieven. De voormalige NS-werkplaats is aan de achterzijde nog steeds een onooglijk complex. Niks bijzonders in de Spoorzone, die op TGV-snelheid aan prestige wint. Maar eenmaal binnen, wacht je een ‘betoverend doolhof vol boeken’, zoals een van de eerste bezoekers het omschreef. ‘Een bibliotheek die bij een wereldstad past’, was een andere reactie die het Brabants Dagblad optekende na de opening op de tweede dag van 2019.

Trots. Verbazing. Ontzag. Ik zie het vandaag in de ogen van de mensen die hier binnenlopen. Ongeloof ook. De industriële hal is door architectenbureau Mecanoo, met Francine Houben op de stoel van regisseur, omgetoverd tot een ultramoderne en uitdagende ontmoetingsplek. Met grote plantenbakken op de staalconstructies die, net zoals veel andere monumentale elementen, zijn behouden. De gordijnen van vijftien meter hoog en 45 meter breed maken indruk. Ze zijn ontwikkeld in het lab van het Textielmuseum en zorgen ervoor dat binnen de immense hal toch kleine, afgesloten ruimtes kunnen ontstaan. Op de trappen zitten mensen met de laptop op hun schoot. Het atrium vormt boven een immens flexwerk-vierkant waar wordt gewerkt, gestudeerd en gekeuveld.

“Ik droom van een gebouw met boeken, boeken en nog eens boeken en van prachtige, ronde leeszalen. Een gebouw waar je de boeken kunt zien, voelen en ruiken”, filosofeerde de Sittardse architecte Francine Houben lang voordat in het najaar van 2013 haar bijna 230 miljoen euro kostende bibliotheek in het Engelse Birmingham werd geopend en lang voordat ze de renovatieopdracht aanvaarde van de Public Library in New York. Budget: 440 miljoen euro.

Ik snap dat wel, zo’n uitspraak. Het heeft te maken met de onvoorwaardelijke liefde voor het boek. Let wel, een exemplaar dat je ouderwets uit het rek kunt halen en waarin je gewoon kunt bladeren, niet swipen. In elke stad wil ik minimaal een aantal uren doorbrengen in een boekenparadijs. Een afwijking, ja. Een kleine, wat mij betreft.

Het heeft me op unieke plekken in de wereld gebracht. Wie van boeken houdt, kan een wereldreis maken langs prachtig vormgegeven winkels en bibliotheken. In deze inspirerende en vaak fraai vormgegeven gebouwen lijken kritische bespiegelingen over de houdbaarheid van het boek ver weg. Dalende verkoopcijfers, de opmars van e-boeken: het is de alledaagse realiteit. Het ‘huis van het boek’ is niet zelden een prestigeobject. Een beetje architect ontwerpt tegenwoordig een bibliotheek. Vroeger een gebouw waar je niet mocht praten, tegenwoordig een publieke ruimte waar allerlei functies met elkaar verweven zijn. Een stadsbestuur kan er de blits mee maken. In de hoop dat er een nieuw landmark ontstaat, vaak een buitengewoon effectieve manier om de stad te revitaliseren.

Tilburg: 210.000 inwoners

Je zou kunnen stellen dat architectuur het boek nog steeds in leven houdt. De moderne bibliotheek wordt tegenwoordig beschouwd als het geheugen en de ziel van de stad. Een warme ontmoetingsplek, waar je kunt netwerken en die tot de verbeelding spreekt van een grote groep mensen. Van skater tot stropdas, zo lees je in de brochure van de LocHal. De bieb anno nu is een plek waar je cultuur kunt snuiven, leren, experimenteren. Of zoals Houben het zegt: “Er worden geen kathedralen meer gebouwd. Het ontwerpen van grote publieke gebouwen – zoals de bibliotheek – is een van de belangrijkste opgaven van deze tijd.”

Iedere keer als ik een voet over de drempel van zo’n ‘kathedraal’ zet, weet ik weer waarom ik graag reis en onderweg ben. Zelden zoiets moois gezien als de Stadsbiblioteket in Stockholm, met de ronde houten boekenarena van de Zweedse architect Gunnar Asplund. Nog steeds wil ik ooit een keer terug naar El Ateneo. Deze boekwinkel in Buenos Aires is gevestigd in een voormalig theater uit de jaren twintig. Hier werd in 1929 de eerste Argentijnse speelfilm vertoond. Nu zijn de prachtig uitgelichte balkons opgevuld met meterslange rekken. Zelfs het donkerrode gordijn hangt nog boven het podium. Jaarlijks passeren ruim een miljoen bezoekers de toegangspoortjes.

Ook El Péndulo, in Mexico-City, waar ze echte bomen tussen de rekken hebben geplaatst, staat hoog in mijn persoonlijke top-tien. Net als Livraria Lello in Porto, waar het tegenwoordig zo druk is dat je er een apart entreekaartje voor moet kopen. Ook gaaf is de kubusvormige stadsbibliotheek van Stuttgart die je vooral vanbinnen moet zien, want het smetteloze witte design van Yi Architects is even ingenieus als verbluffend.

Maar je hoeft niet per se het vliegtuig in om fantastische boekenpaleizen te ontdekken. Ga gewoon naar Tilburg. Onlangs bezocht ik ook de bibliotheken van Amersfoort (Het Eemhuis) en Arnhem (Rozet), ontworpen door Neutelings Riedijk Architecten: ze doen Nederland als designland alle eer aan. Net zoals de Dominicanen boekhandel in Maastricht, in 2018 de ‘best bezochte kerk van Nederland’, jawel, met 750.000 boek- en tijdschriftenliefhebbers.

In de LocHal zit ik de kranten te lezen. Ping! Appje van vriend B. op doorreis in Midden-Amerika. Hij heeft mijn Instagram-stories gezien vanuit Tilburg en stuurt een schitterende foto door van de José Vasconcelos Library in Mexico-City, waar de boekenrekken lijken te zweven: “De mijne moet welhaast de grootste bieb in de wereld zijn.” Jaloersmakend! Toch maar weer het vliegtuig in…?

img_1746[1]
LocHal Tilburg: de gordijnen zijn vijftien meter hoog.

Dit verhaal is mede gebaseerd op een artikel dat ik in 2014 schreef voor de Boekenweekbijlage ‘Ode aan het boek’, verschenen in De Limburger.

Advertenties

One Reply to “Van skater tot stropdas: op naar Tilburgse LocHal”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: